L1.6 De vierde graad is de Universele LIEFDE, de Éénheidservaring met al het leven op Aarde

 

Wat het lichaam in haar stoffelijke groei en werking al heeft, kan de persoonlijkheid zich Geestelijk ook eigen maken.
Dan beleeft de mens niet alleen de lichamelijke mogelijkheid om tot eenzijn te komen en hierdoor kinderen te scheppen, maar gaat hij die werking ook innerlijk beleven.
Want elke karaktertrek is in wezen ook een uitdijing van het barende en scheppende gevoels-leven.
Elke gram gevoel die we voor het dienen van onze medemens inzetten, verhoogt het uitdijende gevoel van onze Universele Liefde. Als we Liefde willen ervaren, kunnen we dat door Liefde te worden.
We zijn pas afgestemd op de eerste lichtsfeer als al onze karaktereigenschappen vreugde, beminnelijkheid en openheid vertolken.
De meesters hebben ervaren dat ze door het leven in alle aspecten te aanvaarden en in zichzelf op te nemen, een gevoelsverbinding met dat leven ontwikkelden, zodat ze dat leven leerden kennen en konden dienen.
Zo kwamen ze tot het Universele Éénzijn met al het leven.

-Dat hebt u gekregen, uw lichamelijke toestand is er. Het menselijke één- zijn is het stoffelijke fundament voor de geestelijke liefde. Maar er komt een tijd dat dat vader- en moederschap, die liefde, opgetrokken moet worden naar het karakter.

Lezingen Deel 2 p.458 (L2.11398.11400)

-De stoffelijke liefde heeft niets uit te staan met de geestelijke, astrale liefde. Onze liefde staat los van de aardse wetten en heeft het lichamelijke volkomen overwonnen! De enorme kloof hiertussen moet de persoonlijkheid zelf overbruggen.

Zielsziekten van Gene Zijde bezien p.251 (ME.8219.8221)

Bron: Citaten uit de boeken van Jozef Rulof