L1.4 Door de kracht van LIEFDE werd de ziel de SCHEPPER van de Sferen van LICHT

 

Hoe meer LIEFDE de ziel ontwikkelde, hoe groter de LICHT-uitstraling en de SCHEPPINGSKRACHT. Elke ziel heeft dat Licht in potentie in zich, en zal het uitstralen zodra de persoonlijkheid tot het bewuste dienen is gekomen. Elk gevoel van zorg, bescherming en dienende Liefde dat zij in praktijk brachten, kreeg een lichtende uitstraling, waardoor de Sferen van Licht tot stand kwamen. De ziel werd nu schepper van Licht.
Toen de mens nog een dierlijke afstemming had stond de geslachtsgemeenschap alleen maar ten dienste van de voortplanting. Later in de ontwikkeling kreeg de mens de seksuele handelingen en de verschijnselen lief, los van de functie ervan. Niet alleen op aarde beleefde de mens zijn hartstocht, ook in het hiernamaals was de persoonlijkheid tot de dierlijke gevoelsgraad gekomen.
Door zijn hartstocht schiep de mens in het hiernamaals duistere sferen van hartstocht en geweld.
Pas veel later, toen de ziel meer Liefde had ontwikkeld, werd deze de schepper van de Sferen van Licht.

-‘Welnu, al die mensen leefden over de aarde verspreid en begonnen aan een hoger leven en om hen heen ging het nu veranderen. Dit is het ogenblik dat de sferen van licht worden geboren en de mens werd de schepper van het licht.
-Rondom hem kwam er licht. De goede dingen die zij op aarde voor de mensheid deden en tot stand brachten, bouwden in de geest een andere wereld op en dat werden de sferen van licht.’

Het Ontstaan van het Heelal p. 270

-De mens, die eenmaal zover was gekomen, bleef doorgaan te dienen en door te dienen veranderden de sferen en hun eigen verkregen geestelijk bezit. Na de eerste kwam de tweede sfeer tot stand en in die sferen groeiden en bloeiden bomen en bloemen, maar hoe hoger de mensen kwamen, des te schoner werden de sferen en alles wat in en om hen leefde.
Het innerlijke licht dat de mens zich had eigengemaakt, overstraalde anderen, de geestelijke woningen straalden het innerlijke bezit van de mens uit en tempels en gebouwen kwamen tot stand.

Het Ontstaan van het Heelal p.276, 277

Bron: Citaten uit de boeken van Jozef Rulof