16.5 De mens evolueert op meerdere planeten en bereikt de moederplaneet Mars

 

Op de zes overgangsplaneten tussen Maan en Mars zet de ziel de opbouw van het landelijke lichaam voort en bereikt dan de moederplaneet van de Tweede Kosmische Levensgraad: Mars.
Hier evolueert het menselijk leven opnieuw van eencellige organismen in de wateren naar uiteindelijk grofgebouwde, onbewuste grote menselijke wezens, die op het land leefden.
Het menselijk wezen moest zich voortbewegen om voedsel te zoeken om de honger te stillen.
Zo ontwikkelde dit wezen gevoel en instinct. Hier ontwikkelde de menselijke ziel ook een eerste vorm van geestelijk gevoelsleven: het voordierlijke bewustzijn. In het kielzog van de mens ontwikkelden zich op een vergelijkbare wijze de dierenwereld en de natuur.

-Wij hebben zes overgangen beleefd en al die planeten liggen in het Universum verspreid, waarvan gij het ontstaan in de boeken hebt ontleed. Wij zien thans, dat de ruimte één proces beleven kan en dat is het vader- en het moederschap. En die wetten dienen, werken aan het menselijke organisme, iets anders kunnen wij niet beleven, doch daardoor ontwaakt de ziel, de geest, het innerlijke leven voor ál deze stelsels. Het menselijke wordingsproces krijgt nu een gestalte en dat ís de „Mens”!

De Kosmologie van Jozef Rulof Deel 3 p.206 (C3.5461.5466

Het wezen dat hier leeft is op de begaanbare planeet overgegaan. Het heeft dus zijn bestaanswereld bereikt, is reeds volwassen en wacht op verhoging. Het zijn allen reuzen. Ook in de allervroegste tijden leefden deze reuzen op aarde.

Het Ontstaan van het Heelal p.157-158

Bron:Citaten uit de boeken van Jozef Rulof