26.6 Elke ziel krijgt hulp van geesten van Liefde

 

Geesten van liefde uit de sferen van licht helpen de mens om zich verder in liefde te ontwikkelen. Dat doen zij op Aarde door de mens te inspireren het goede te doen. In de sferen. Ze helpen geestelijke mens in de sfeer van licht maar ook In de duistere sferen en stimuleren ze om verder te gaan en je verder te ontwikkelen. Maar, let wel, de mens heeft een vrije wil en kan alleen geholpen worden als deze zich er ook werkelijk voor wil inzetten. Geestelijke ontwikkeling in een leven op Aarde is voor de ziel gemakkelijker dan geestelijke ontwikkeling in de sferen.

-U dorst. U komt, u wilt weten. De ruimte, miljoenen zijn er gereed om één mens te kunnen opvangen. Want die mens die zijn wíj. Dat ben ík. Dat is de Christus. Dat is de godheid in u. Wanneer u tot de ontwaking komt, heb ik meer licht. Want ik vertegenwoordig met u, door u, door de natuur, door de ruimte, het universum, het levenslicht van God, van Christus, van zon, van maan.

Vraag en Antwoord 6 p.24

-De mens die niet dorst… U kunt hier zeggen: wat kan mij dat schelen. De mens die aan gene zijde, in die wereld zegt: ‘Wat kan mij dat schelen’, die kijken wij niet eens aan. Die laten we daar zitten. Die mens die zit in een wereld ‘wat kan mij dat schelen’, die wereld is niets, niets, duisternis, armoede, koude.

Vraag en Antwoord 6 p.28

-Aan gene zijde is het veel moeilijker de mens te helpen dan hier. U kunt het hier nog met woorden doen, en u gaat maar weer. U hebt licht, u hebt uw stad, u hebt uw maatschappij, u hebt uw verzorging; en dáár hebt u niets. Dan zit u in een koude. Bent u innerlijk koud, haat u, hebt u eigenschappen die afbreken, dan zit u in die afbraak. En dan kunnen wij en dan kan een ander u niet helpen. U moet er dus zelf aan beginnen. En dat is werken, werken, op de mens, om de mens geluk te geven, harmonie, liefde te geven. En dan ontwaakt u zelf.

Vraag en Antwoord 6 p.159

Bron: Citaten uit de boeken van Jozef Rulof