12.6 Verhalen uit vorige levens

 

12.6 Verhalen uit vorige levens 

-Na mijn allerlaatste leven te hebben beleefd, keerde ik naar het leven na de dood terug en ik zag in al mijn vorige levens.
Ik had levens geleefd waarin ik kinderen baarde en het ‘Moederlichaam’ bezat, zodat ik de wetten leerde kennen.

-In dat leven ontmoette ik een ziel waaraan ik had goed te maken, wat ik met mijn eigen lichaam deed. Die ziel daalde in mij af en ik moest aanvaarden dat het machtige wonder in mij bewust werd.

-Daarin diende ik, daarin kon ik alléén dienen, daarin gaf ik mijzelf.
In dat leven beleefde ik het machtigste wonder dat door God is geschapen.

-In mij geschiedde dat wonder, mijn ziel ging in dat wonder over, vanuit de duisternis kwam het jonge leven omhoog en werd in mij bewust.
Daarin was ik ‘Moeder’.

-Toen zag ik vele levens, waarin ik de wet van ‘oorzaak en gevolg’ beleefde.

-Ik leed honger en gebrek, beleefde ontzettende pijnen, ziekten en verschrikkingen, die men op aarde beleven kan als dat leven ons tot slavernij voert.

-Ik zag mijzelf als een slaaf, werd door anderen omgebracht, om, na mijn leeftijd te hebben bereikt, toch weer opnieuw op aarde te sterven en daar terug te keren.

-Steeds weer werd ik door de aarde, door twee zielen aangetrokken, totdat er op aarde geen zielen meer waren waaraan ik had goed te maken. Zo stond ik voor mijn allerlaatste leven op aarde.

Tussen Leven en Dood p.324-325

 

-Nog een ander voorbeeld. Een dame komt bij mij. Zij kan – zo vertelde ze mij – niet in een afgesloten ruimte zijn. Als dit haar toch overkomt, dan krijgt ze het gevoel, dat zij stikt en rent ze de deur uit.
Er is niets aan te doen, zeggen de doktoren. Ook al hebben ze haar met medicijnen volgestopt, het blijft. Wat nu? Ik kreeg de diagnose en haar vorige leven te zien. Deze ziel als vrouw, was ook toen moeder.
En in dat leven is zij levend verbrand. Juist, doordat zij zich opgesloten heeft gevoeld en doordat zij geen uitweg zag, verloor zij dat leven.

Daar de doktoren nog geen reïncarnatie kunnen aanvaarden, staan zij machteloos en sturen die mensen maar weg, of geven die patiënten medicijnen, doch het is de geest en niet de stof!

-Zo kan ik u duizenden menselijke toestanden ontleden, omdat élk verschijnsel met ons innerlijk leven heeft te maken.

Vraag en Antwoord Deel 1 p.341 (Q1.9091.9113)

Citaten uit de boeken van Jozef Rulof


Het Genootschap Hemelse Wijsheden